Bak het gehakt in een droge koekenpan op laag vuur rul en bruin. Voeg tomatenblokjes, bouillontablet, laurier en suiker toe. Laat ongeveer 30 minuten sudderen. Breng op smaak met oregano, peper en zout en verwijder het laurierblad.
Laat de spinazie goed uitlekken. Meng de losgeklopte eieren en het paneermeel erdoor en breng op smaak met nootmuskaat, peper en zout.
Smelt de boter, voeg de bloem in één keer toe en laat al roerend 2 minuten garen. Voeg de melk geleidelijk toe tot een dikke bechamelsaus ontstaat. Breng op smaak met zout, peper en nootmuskaat en roer de helft van de belegen kaas erdoor.
Verwarm de oven voor op 200 °C. Doe de helft van de gehaktsaus onderin een ruime ovenschaal en leg er lasagnebladen op.
Verdeel de helft van de spinazie en mozzarella erover en giet er een derde van de bechamelsaus op. Herhaal de lagen met de resterende gehaktsaus, spinazie, mozzarella en lasagnebladen.
Eindig met lasagnebladen, de resterende bechamelsaus en geraspte kaas. Bak ongeveer 45 minuten in het midden van de oven, tot de lasagne gaar en goudbruin is. Serveer met een groene salade.